|
Bracco
Italiano
Italiaanse Staande Jachthond
Algehele verschijning:
Een krachtige hond van goede verhoudingen. De gangen zijn los,
goed ontwikkelde spieren, de draf uitgrijpend en snel. Jagend
draagt de hond het hoofd betrekkelijk hoog. De neus iets boven de
ruglijn. De uitdrukking is ernstig, goedaardig en schrander.
Oorsprong: Italië
FCI classificatie 202: Groep 7 (Staande jachthond)
Belangrijke verhoudingen:
De lengte van het lichaam is het zelfde als de hoogte gemeten
vanaf de schoft van de hond, iets langer in lichaam wordt ook
toegestaan. De lengte van het hoofd is gelijk aan 4/10 van de
hoogte van de hond. De schedel en voorsnuit zijn gelijk van
lengte.
Gedrag en temperament:
De hond heeft veel weerstandsvermogen en is geschikt voor alle
soorten jacht. Is intelligent en handelbaar, gemakkelijk te
trainen.
Hoofd:
De lengte komt overeen met 4/10 van de hoogte van de hond. Onder
het oog iets ingevallen.De snuit is van voren gezien vierkant, van
opzij afgerond, geringe stop, achterhoofdsknobbel duidelijk
zichtbaar en wenkbrauwen goed aangegeven. Te veel of geen plooien
op het hoofd zijn niet toegestaan.
Neus:
Groot, min of meer roze, vleeskleurig of bruin, afhankelijk van de
kleur van de vacht. De neus steekt iets voor de lippen uit, de
neusgaten zijn groot en open. De neusrug is lichtgebogen.
Lippen:
De bovenlippen zijn goed ontwikkeld, fijn doch niet slap, zij
bedekken de onderkaak waarbij de mondhoeken goed afgetekend zijn.
Te zware of te slappe lippen zijn niet toegestaan.
Gebit: Scharend gebit. Goed kompleet ontwikkeld , met al de
gebitselementen aanwezig. Tanggebit wordt nog toegestaan.
Ogen:
Half naar buiten geplaatst, noch uitpuilend of diepliggend met een
goedaardige uitdrukking. Ovaal met goed aansluitende oogleden
(geen entropion of ectropion). De kleur van de iris is meer of
minder donker oker of bruin, afhankelijk van de kleur van de
vacht.
Oren:
Goed ontwikkeld. In lengte moeten ze, zonder er aan te trekken,
tot de top van de neus reiken, de uiteinde elkaar rakend. De
breedte is op zijn minst gelijk aan helft van de lengte. Ver naar
achter aangezet, soepel van voren gevouwen en tegen de wang
gedragen. Het onderste gedeelte van het oor is licht afgerond.
Hals:
Krachtig, de stam kegelvormig, de lengte is niet minder dan 2/3
van de lengte van het hoofd. De keel laat zachte dubbele
keelhuidplooien zien.
Voorhand: Sterke schouder, goed gespierd, lang en schuin. De
opperarm schuin dicht tegen het lichaam. Het onderbeen stevig,
groot en recht, middenvoet droog en lichtgebogen. De voet vrij
stevig, groot en rond met enigszins lange goed gesloten en met
kort haar bedekte tenen. Sterke witte okergele of bruine nagels en
droge elastische voetzolen.
Lichaam:
De borstkas is ruim en diep, onderborst tot aan de hoogte van de
ellebogen. Van onder meer dan boven goed geronde ribben. De schoft
is hoog, de schouderbladen goed los van het lichaam. De rug is
vrijwel recht van de schoft tot de elfde rugwervel en iets gebogen
aflopend van de elfde rugwervel tot het kruis. De lende streek is
breed gespierd, tamelijk kort en lichtschuin aflopend. Het bekken
is ruim, vooral bij de teef. Opgetrokken kruis bij de hond is niet
toegestaan.
Staart:
Dikke wortel recht met een lichte neiging uit te lopen en dient
niet borstelig te zijn.Tijdens de jacht wordt de staart
horizontaal of iets naar beneden gedragen. In rust laag gedragen.
Een naar boven gebogen staart is fout, evenals het ontbreken van
de staart. De staart dient te worden ingekort (couperen) op 15 à
25 cm (wettelijk verbod op couperen in Nederland, Duitsland,
Denemarken en Finland).
Achterhand:
De dijen zijn tamelijk lang, niet uitstaand, goed gespierd en van
achteren vrijwel recht. De benen zijn sterk met brede en niet
overmatig gebogen sprongen die goed verticaal zijn. Middenvoet
droog, noch naar binnen, noch naar buiten gedraaid. De
achtervoeten zijn eender als de voorvoeten. Het ontbreken van de
hubertusklauw is niet fout.
Vacht:
Kort dik glanzend. Fijner en veel korter op het hoofd, oren,
schouders, dijen en voorzijde van de benen en de voeten. Lang haar
of golvend haar is niet toegestaan. Kleur: Wit met min of meer
grote oranje of amberkleurige aftekening, wit met min of meer
grote kastanjebruine aftekening, wit met oranje schimmel en wit
met kastanjebruine schimmel. Niet toegestaan zijn de kleuren
zwart, zwart met roestbruin, driekleur, effen of reekleur.
Maat:
Schofthoogte: 55-67cm.
De hoogte voor reuen: 58-67cm; de hoogte voor teven 55-62cm.
Gewicht:
25-40 kg. Afhankelijk van de hoogte (maat) van de hond met ruime
spelingen doch met goede verhoudingen.
N.B. Opmerking: De reuen moeten twee normaal ontwikkelde, volledig
in het scrotum ingedaalde testikels hebben.
|